|
Abstract expressionisme |
|
|
Abstract expressionisme, ca. 1950 – ca. 1970 Tijdens de Tweede Wereldoorlog ondervond men in de V.S de invloed van uit Europa gevluchte kunstenaars als Mondriaan en allerlei Bauhaus-discipelen. In plaats van Parijs werd New York het middelpunt van de Moderne Kunst. 1.Action Painting Jackson Pollock en Willem de Kooning (afkomstig uit Nederland) zijn de belangrijkste vertegenwoordigers. Pollock brak met de "Europese" manier van werken, door zijn enorm grote doeken niet op een ezel maar op de grond te schilderen. Hij schilderde daarbij niet met een penseel of kwast, maar zwaaide met stokken de verf over het doek heen, wat duidelijke sporen van zijn bewegingen achterliet. De doeken van De Kooning zijn strict genomen niet abstract: er zijn vaak figuren of landschappen in te herkennen. Het grote formaat en zijn beweeglijke manier van schilderen maken hem evenwel tot een volwaardig lid van deze stroming. omschrijving met voorbeelden2.Colourfield Painting. Enorme doeken die dikwijls monochroom zijn, worden slechts doorbroken door een of meerdere verticale lijnen. De kleuren zijn met kleine toetsen van het penseel aangebracht en geven zo levendigheid aan de grote kleurvlakken. Een toeschouwer die voor het doek staat voelt zich omsloten door kleur: de z.g. field-ervaring. Barnett Newman en Mark Rothko zijn de belangrijkste vertegenwoordigers van deze vorm van abstract expressionisme. Colourfield painting: omschrijving, kunstenaars en links hard-edge (VS: 1955-ca.1969) Edge (Engels): harde kant, scherpe zijde. |